Peuter en kleutertijd


kind meisje

 

Kinderen gaan rond de twee jaar ‘ik’ zeggen.

Ze vormen dan een eigen identiteit. Dit is een soort kosmische impuls. Er wordt iets aangeraakt en er komt iets los in het kind zelf en daardoor gaan ze als het ware in hun kracht  staan, zonder vertwijfeling. In krachtig eigen willen. De wil is niet gericht. De wil is gewoon op het ik gericht. Dat is de functie. Nee om het nee zeggen. Dit is geen gericht willen.

Rond die leeftijd kunnen ze ook heel driftig worden, Ze voelen dat ze trouw wensen te blijven aan zichzelf. Er komen enorme krachten vrij. Je kunt ze het beste rustig vast houden en accepteren dat er heftige gevoelens zijn. Maak er geen machtsstrijd van.

Je trekt het kind als het ware weer omhoog en legt je handen rond het middel en je geeft het kind hier mee aan dat het de energie weer naar beneden kan laten stromen. Het voelt zich veilig door je handen maar krijgt toch de ruimte zich te uiten. Sussend toespreken is beter dan dwingend onderdrukken.

Door te focussen op de redenen waardoor het kind zo driftig wordt verken je de onbewuste gebieden in dit kind. Zodat je dan al inzicht kunt krijgen over diepgaande processen.
Wanneer het kind stelselmatig zijn eigen zin wenst te krijgen, dan is het kind onderhevig aan dwingende gevoelens van macht en aanzien, die daar huizen en die conflicten oproepen in de wereld van alledag.
Zo’n kind heeft heel vaak oude wonden rond macht en aanzien.

Tussen 2 en 3 jaar

krijgt het kind een bepaalde vorm van individualiteit die ontstaat door losmaking van het aura gebied van de moeder. Doordat het zichzelf ervaart met zijn eigen wensen, ontstaat er enige mate van loskoppeling. Dit is pas volledig met 7 jaar.
Dit proces ondersteunt het kind in de ontwikkeling van het verkennen van het eigen ik.

 

illustratie zilverreiger

Wanneer het kind drie tot vier jaar is,

ontplooit zich de gevoelsontwikkeling steeds verder en gaat het begrijpen.
Dan zie je dat het denken en voelen samen gekoppeld is. Dan is het geen spel meer. Het kind wordt gevoelig voor de essentie van de onderwerpen en wil zijn mening uiten. Dat is het gebabbel van de driejarige. Ook het vermogen te luisteren naar anderen neemt toe. Het kind neemt op wat er gezegd wordt: "Kleine potjes hebben grote oren". Dat is in die periode echt van toepassing.
Wil je een kind zijn vrije gedachtegang laten ontwikkelen dan moet de volwassene tonen dat hij zichzelf is
Het kind is nu ingesteld op gebaren en uitdrukkingen.
Het neemt heel sterk waar. Als de gebaren en de mimiek echt zijn dan merk je dat hij ook op een natuurlijke manier gaat denken. Dan is het ook logisch wat hij ziet. Hij voelt het en weet dat dit gebaar bij een liefdevol gemoed hoort.
We zijn ons vaak niet meer bewust wat we doen.
Als we zelf handelen vanuit zelfacceptatie, zal het kind dit gevoelsmatig herkennen en de gebaren en mimiek als kloppend ervaren.

Bijvoorbeeld: Een volwassene ergert zich aan het kind, maar lacht vriendelijk. Het kind voelt de ergernis maar ziet een vriendelijk gezicht.
Zo zal het geen gelijk opgaand beeld van gevoel en denken ontwikkelen. Mimiek, gebaar en gevoelens die daar onder liggen kloppen dan niet met elkaar. Daardoor krijgt het kind minder vertrouwen, het vertrouwen zichzelf te ontwikkelen. Want wat het voelt en wat het ziet kloppen niet met elkaar.
Het uiterlijk beeld stemt immers niet overeen met wat het innerlijk ervaren heeft.

Omdat een kind van nature ondernemend is, heeft het vanuit zijn gevoel contact met zijn omgeving. Als het nu gecorrigeerd wordt wanneer het op ontdekkingstocht gaat dan wordt het afgeremd en als dit dikwijls gebeurt verliest het ‘t contact met zijn innerlijk onderzoekingsdrang.
Het kind gaat proberen zich anders te richten, maar wanneer hierop voortdurend een correctie volgt, raakt het “ontspoord” (wordt opstandig of passief).

 

 

illustratie kind spelen

Buitenspelen,

of het vaak buiten in de natuur zijn bijvoorbeeld, bevordert de zelfontwikkeling.
Enkele algemene richtlijnen waardoor het kind geholpen wordt zichzelf te hervinden.


Allereerst is het belangrijk om te beseffen dat elk kind een innerlijk weten bezit.
In eerste instantie heeft het een onbevangen zelfrespect, waardoor het steeds probeert zich te herstellen van een eventueel opgelopen schade.
Dit herstel kan echter problemen in zijn omgeving geven.


Kinderen helpen elkaar vooruit vanuit een innerlijke rangorde, terwijl opvoeders de neiging hebben kinderen terug te houden.
In hun spelontwikkeling is zichtbaar en ervaarbaar wat zij aan eigenschappen voor deze nieuwe tijd bij zich dragen. In het spel ontwikkelen zij ook bij elkaar wat moed is. Bovendien hebben zij diep in zichzelf weet van hun oorsprong en van de opdracht in hun leven. De volwassene heeft deze kennis dikwijls verloren.

Kinderen zijn vernieuwing brengers. Daarom zou het goed zij als de volwassenen meer ontvankelijk zouden zijn voor wat kinderen komen brengen.
Ouders zijn immers de beginnende voortbrengers van het nieuwe tijdsbewustzijn dat zich in hun kinderen openbaart. Wanneer wij tijdens het spel van de kinderen goed opletten, kunnen wij veel te weten komen:
Bijvoorbeeld: kinderen discrimineren niet; zij zoeken elkaar steeds weer op als zij hierbij niet onder druk worden gezet.
Niet door te corrigeren, maar door te herhalen, kun je als opvoeder inspelen op de natuurlijke  onderzoekingsdrang van het kind.

We kunnen inspelen in de herhalingsbehoefte dat in ieder kind aanwezig is; (het grijpen naar voorwerpen door het kind en het als ouder steeds weer op de plaats terugzetten).

illustratie roze

Door goed te luisteren en te kijken, onderkennen en begrijpen we de wensen van het kind.


Reacties bij het niet goed luisteren naar onze kinderen:
Wanneer wij voortdurend niet echt begrijpen wat kinderen wensen (bijvoorbeeld door hen bij het spreken af te kappen) gaan zij op den duur, als zij ouder worden, ook al wanneer zij iets willen, voortaan maar zwijgen, stiekem doen, dwingen e.d.
Tekenen daarvan zijn al op jeugdige leeftijd waar te nemen door het praten met korte, onaffe zinnen, door te huilen, door afgekapte bewegingen of door het zich in gezelschap terug te trekken.

illustratie kind

Vijf en zesjarigen.

Bij hen is van emotionele onzekerheid sprake wanneer zij te veel autoritair benaderd zijn en hun onbevangenheid hebben onderdrukt.
Zij gedragen zich de ene keer zeer luidruchtig, een andere keer zijn ze zwijgzaam.
Door hun luidruchtigheid vragen zij, door alles te vertellen, als het ware om bevestiging.
Daarentegen worden zij stil als anderen hen niet zeggen wat te doen.
Vanuit zichzelf durven zij niet iets te ondernemen.

© copyright

Op elke artikel is copyright van toepassing
Het is niet toegestaan om een tekst of een artikel of een gedeelte hiervan te kopiëren of te publiceren, zonder voorafgaande uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de auteur.
Copyright © alle rechten voorbehouden Coby de Jong.

Module position-13

module positie 13

Module position-14

module positie 14

Module position-15

module positie 15

Module position-16

module positie 16