Puberteit

puberteit

In de puberteit ontwaakt in de jonge mens het zicht op de realiteit van de wereld als totaal. De vaak mooie kinderwereld verandert in een wereld die kaal en grauw is.
Een drama voor het kind. Het ene moment vertoeft het in de illusie van de kindertijd, het volgend moment valt het in de leemtes van zijn eigen ziel.

Dat is de reden waarom veel pubers zo onevenwichtig zijn.
In de lagere schooltijd ontdekte het kind dat er een scheiding was tussen ik en de wereld; in de puberteit bemerkt de jongere dat hij in feite alleen in de wereld staat; alleen is wie hij is. Dit heeft diepe gevoelens van eenzaamheid tot gevolg.
Wanneer hij de leemtes die hij in zichzelf ontdekt vult door zijn identiteit te ontdekken, zal hij minder eenzaam zijn.

Vóór de puberteit is er sprake van een gelijkmatige stroom; in de puberteit raakt de verbinding los. Dit heeft als gevolg dat er zo een verruiming van het bewustzijn, op een bewuste manier, kan ontstaan. (een kind glijdt a.h.w. door het leven heen – onbewust -  met bepaalde eigenschappen, in de puberteit worden de eigenschappen meer onderscheiden van elkaar, alle karaktertrekjes worden om de beurt zichtbaar).
Wanneer het kind zijn ontwikkeling tot dan heeft doorgemaakt op basis van zelfrespect, kunnen deze aspecten versneld bewust gemaakt worden.

Echter, wanneer er sprake is van geen of onvoldoende zelfidentificatie, wantrouwt de jongere de wereld buiten zichzelf. Hij kan immers zichzelf daarin geen afzonderlijke plaats geven en dus zichzelf ook niet herkennen.

 

Waardoor zijn veel pubers zo onevenwichtig ?
De meeste kinderen in het Westen worden aangesproken op het mentale en er heeft daardoor al vroeg vervreemding van gevoel plaatsgevonden. De vragen die het leven betreffen gaan ze verstandelijk benaderen.
Bij het maken van een studiekeuze bijvoorbeeld, kijken ze niet als eerste naar hun interesse en talenten, maar “waarmee kan ik werk vinden?”of “waarmee kan ik zoveel mogelijk verdienen?”
Natuurlijk zijn er ook die op gevoelsmatige wijze de levensstroom volgen.
Hopelijk komt het nu in de puberteit tot een integratie van het gevoel en het denken, zodat zij tot ‘n voelen met het hoofd en ‘t denken met het hart komen.
In de voorgaande periode heeft het kind al veel over zichzelf geleerd binnen groepen. Zo heeft het zijn individualiteit ten opzichte van de buitenwereld bevestigd.
Wat is de eigen identiteit?
Het menselijk individu is opgebouwd uit diverse lagen. Elke laag is verdeeld in diverse aspecten van die laag. Bijvoorbeeld de laag zelfstandigheid.
De ontwikkeling van die laag kan uit de volgende aspecten bestaan: egoïsme, afhankelijkheid, passiviteit, doordrammerigheid, doorzetten, kracht, eenvoud.

De mens ontwikkelt in zijn leven een aantal van de ontwikkelingslagen, ook wel ontwikkelingspoorten genoemd, die hij in het totaal moet ontwikkelen.

Als voorbeeld zal ik er één noemen. Jezelf zijn
De mens dient tot het diep doorvoelde inzicht te komen dat hij wezenlijk zichzelf dient te zijn naar een ander toe, zonder argwanend te zijn voor de tegenreactie. Hierdoor moet de angst zichzelf te zijn verdwijnen.
(naar M. de Vrij)
In de puberteit is het kind op weg om zichzelf te leren kennen. Tijdens dit proces worden de lagen (die eerst min of meer slapend waren), door een sterke kosmische energie op gang gebracht, (de hormonale ontwikkeling loopt parallel), en worden daardoor afwisselend naar boven gebracht in het bewustzijn. Zo worden zij bewust gemaakt van wie zij in wezen zijn.
Op deze manier wordt het kind zich bewust gemaakt van al zijn afzonderlijke aspecten en kan het kind tot een sterke identificatie komen. Dit is het doel van de puberteit.

jongeren
Wanneer het kind zijn ontwikkeling tot dan heeft doorgemaakt op basis van zelfrespect, kunnen deze aspecten versneld bewust gemaakt worden.
Echter, wanneer er sprake is van geen of onvoldoende zelf identificatie, wantrouwt de jongere de wereld buiten zichzelf. Hij kan immers zichzelf daarin geen afzonderlijke plaats geven en dus zichzelf ook niet herkennen.

Kenmerken in gedrag tijdens de puberteit bij voldoende en onvoldoende zelfherkenning
Kenmerken in gedrag tijdens de puberteit door onvoldoende zelfherkenning zijn; onevenwichtigheid, eenzaamheid en wispelturigheid.

Door te grote druk, door veelvuldige afwijzing van bepaalde karakter kenmerken, door teveel tijd en aandacht vragende bezigheden, (bijvoorbeeld school en huiswerk, of bijvoorbeeld te lang computeren), of door onvoldoende aandacht  of grenzen van de volwassene, (b.v. een moeder een kind niet durfde te disciplineren omdat ze medelijden had met haar zoon dat zij en haar man bezig waren met een scheiding, ze voelde zich schuldig daarover. Daardoor stond zij hem meer toe dan goed voor hem was. )  kan de jongere onvoldoende tot identiteitsontwikkeling komen. Dit zal hem in zijn verdere leven belemmeren.
Bepaalde ongekende aspecten zullen dan altijd vanuit een kinderlijk niveau worden benaderd totdat er herstel intreedt door lering en inzicht, of wellicht therapie.

In zo’n periode kunnen jongeren evenwel ook niet tegen aanwijzingen van anderen, die hen willen helpen hun zwakke kanten te overwinnen. Zij zien zwakte namelijk als afwijzing van zichzelf. Daardoor kunnen zij zich niet verbinden met wat de volwassene adviseert.
Wat zij niet of onvoldoende weten is dat zij naar resultaten dienen toe te groeien door oefening en ervaring. Door deze misvatting is hun faalangst ontstaan.

De volwassene aan de andere kant lijdt er aan dat zijn goedbedoelde adviezen niet worden herkend en is geneigd te denken met het geven van opvoeding te kunnen stoppen. Hij wil zichzelf immers niet opdringen.

Op verschillende wijze kan zich tijdens de puberteit een crisis voordoen.
Een crisis die lijkt op de zogenaamde midlifecrisis, maar dan al op een leeftijd van 15 jaar. Dit doet zich voor omdat het vaardig zijn in handelen achterblijft, terwijl kennis bovenmatig groot is op velerlei aspecten.
Ook ontstaat er clustervorming omdat deze jonge mensen bij elkaar ondersteuning trachten te vinden. Gezamenlijk kunnen zij meer uitstralen wat zij gewenst hadden en zo het innerlijk falen verbloemen.

Jongeren kennen zichzelf onvoldoende en kunnen zich zelf moeilijk complimenteren, zodat hun innerlijk beeld niet door de omgeving gezien wordt. Zij spreken meer over anderen dan vanuit en over zichzelf.

© copyright

Op elke artikel is copyright van toepassing
Het is niet toegestaan om een tekst of een artikel of een gedeelte hiervan te kopiëren of te publiceren, zonder voorafgaande uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de auteur.
Copyright © alle rechten voorbehouden Coby de Jong.

Module position-13

module positie 13

Module position-14

module positie 14

Module position-15

module positie 15

Module position-16

module positie 16